Vrijdag 28 juli 2006 - Antonio Plettenberg (78) is kunstschilder. Hij is geboren in Den Haag en genoot daar zijn opleiding aan de academie voor beeldende kunsten.
Hij combineerde het kunstenaarschap met een baan als docent tekenen. Ook trok hij door Nederland met een poppentheater en maakte hij sieraden. In 1987 besloot hij met zijn vrouw naar Arezzo in Italië te verhuizen, waar hij vijftien jaar woonde en werkte. Sinds vier jaar verblijft hij in Graauw, met een kleine onderbreking in Hulst. Hij heeft een zoon en drie kleinkinderen. Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Ik zit de laatste tijd weer behoorlijk goed in m’n vel. Iedereen zegt tegen me: wat zie je er goed uit. De mindere periode die ik had na het overlijden van m’n vrouw begin vorig jaar ben ik gelukkig te boven gekomen.
- Waarom bent u kunstenaar geworden?
Omdat ik de wereld wil laten zien wat ik kan. Op school was ik een sullig jongetje, een dromer. Ik herinner me nog precies het moment dat ik besloot kunstenaar te worden. Het was op weg van huis naar de mulo.
- Wat wilde u als kind worden?
Wereldverbeteraar. Dat heb ik van m’n vader. Ik sta nog steeds op het standpunt dat je alles eerlijk moet delen. Waarom moet de één meer dan de ander hebben. Ik vind het jammer dat de wereld is gebouwd op egoïsme.
- Wie zijn uw voorbeelden?
René Magritte. Als je naar zijn schilderijen kijkt, krijg je een schok. Zijn schilderijen zitten volslagen onlogisch in elkaar. Maar dat is juist de bedoeling. Hij wil je laten nadenken.
- Hoe typeert u uw schilderijen?
Mijn schilderijen kunnen gezien worden als een gedicht. Een poëtische kijk op de dingen om ons heen. Mijn werk heeft surrealistische trekken. Een droomwereld is er wel, maar toch verbonden met de realiteit.
- Waar bent u bang voor?
Nergens voor. Een mens hoeft helemaal niet bang te zijn. Nee, ook niet voor de dood. Doodgaan is volgens mij een interessant experiment. En het is al heel wat mensen overkomen.
- Gelooft u in God?
Ja, er zijn dingen waar je met je pet niet bij kunt. Ik geloof niet in een God zoals de kerk die voorspiegelt. De God waar ik in geloof zit in ons allemaal.
- Bent u grillig?
Soms. Ik vind het leuk om dingen impulsief te doen. Als er een idee bij me opkomt, dan wil ik het ook uitvoeren.
- Waar hebt u een hekel aan?
Dat vind ik een beetje een zwaar woord. Laten we het er op houden dat ik me soms erger. Bijvoorbeeld aan mensen die zonodig in een vast patroon willen leven.
Hoe kan iemand nou beweren dat hij rustig oud wil worden? Rustig oud worden is voor mij helemaal niet oud worden.
- Bent u ijdel?
Misschien wel een beetje. Ik zal het dan ook zeker niet ontkennen. Mijn ijdelheid heeft niets te maken met voor de spiegel staan. Dat doe ik nooit. Nee, ijdel zijn is voor mij trots zijn op je werk. Je moet immers geloven in jezelf.
- Wat zijn uw drijfveren?
Dat kan ik moeilijk verklaren. Ik hoef van niemand te schilderen en toch doe ik het. Het is een soort kracht die je stuurt en je hand vasthoudt als je schildert. Zou het misschien God zijn?
- Wat maakt u verdrietig?
De hele wereld. Ik wil nog steeds de wereld verbeteren, maar ik ben bang dat dit niet zo makkelijk is. Tragisch is dat. Toch probeer ik zelf nog altijd een goed mens te zijn. Bijvoorbeeld vrijwilliger te zijn bij een telefonische hulpdienst of iemand een schilderij te geven die het niet kan betalen.
- Wanneer bent u gelukkig?
Op de momenten als een schilderij af is. Of als ik ’s avonds buiten zit met een borreltje.
- Waar hebt u bewondering voor?
Voor mensen die me stimuleren en activeren.
- Wat wilt u aan uzelf veranderen?
Ik zou wat vlotter in de omgang willen zijn. Ik vind mezelf een beetje te bescheiden en te terughoudend. Of het ooit goed komt? Ik weet het niet. Met het ouder worden lukt het steeds beter. In Italië heb ik veel bijgeleerd en ben steeds brutaler geworden. Je moet daar wel, anders kom je bijvoorbeeld nooit aan de beurt in een winkel.
- Wat wilt u nog leren?
Cello leren spelen. Ik ben bezeten van muziek en heb vroeger viool gespeeld. Ik heb nu een leraar gevonden die me cello leert spelen.
- Bent u moedig?
Ja, als er iets gebeurt wat erg ingrijpt in m’n leven, zet ik er een punt achter en begin opnieuw.
- Kunt u een voorbeeld geven?
De dood van m’n vrouw. De laatste anderhalf jaar is voor mij een nieuw leven begonnen. Dat uit zich ook in m’n schilderijen. Ze zien er anders uit. Blijkbaar was ik vastgeroest in een bepaald patroon. De jongere mensen waar ik nu mee omga, doen me goed. De kleuren van m’n schilderijen zijn warmer. Het heeft er waarschijnlijk ook mee te maken dat ik in Italië als een kluizenaar leefde en me nu een echte wereldburger voel.
- Een wereldburger in Graauw?
Jazeker. Natuurlijk is het hier geen stad, maar voor mezelf is het hier een hele luxe. In het dorpje in Italië was helemaal niets. Hier in Graauw is tenminste nog een brievenbus en een benzinepomp.
- Waarom Graauw?
Ik had nog nooit van Graauw gehoord, maar toen ik hier kwam beviel het me direct. De gemoedelijkheid sluit wel een beetje aan bij het leven in Italië.
- Waar wilt u begraven worden?
Mijn vrouw heeft haar lichaam ter beschikking gesteld van de wetenschap. Dat wil ik ook.
- Waar wilt u het liefst wonen als u niet in Graauw woonde?
In het dorp waar ik in Italië heb gewoond. Leuke mensen en veel kunst. Daar zou ik me zo weer thuisvoelen.
Bron: BN/DeStem |